Maandelijks archief: juni 2013

NIeuwe metamorfose (4 geloof ik)

Alles zou je kunnen pellen
ook haar.
De jurk is poëzie:
een schilletje sneeuw
waaronder ze overgave is,
zweet en lust als synoniem
voor wat je graag tot je neemt.

Dieper is ze wetenschap
je kan haar ontleden,
haar ampères meten
tot de waarden uitslaan
haar lichaam geologisch
in kaart, waar het zilver
in haar vijverdiepe ogen
verborgen onder de maan.
Dan is ze een gebinte,
geschiedenis.
Lang na haar zal je
kunnen gissen als nu
chemie is wat ze lijkt.
je zou haar
herleiden tot jezelf
maar ze verandert
bij je harstreek in een ree
dat opschrikt uit
onzichtbaarheid.

Advertenties

Biblis

Toen je doodging stopte ik ’s nachts
mijn buikbloed kind
het zwijgen van mijn wederhelft
bij in je kist. Het moest.

Ik kon naar je foto wijzen
men zou knikken
ik legde traankanalen naar je om
ander verdriet kreeg jouw naam.

(Je bent de menslange vlag
die van een bataljon een eenheid maakte
het tijdperk de stam, waaruit we nu
gesneden elkaar straks zullen herkennen)

Ik moest zwarte korrel in mijn haren
met mijn armen wieken, zien
dat ik geen engel was, zand tussen tanden
spraakverwarring, vingerwijzen.
Ik moest ooit een andere man om de kou
in mijn lippen te voelen. Ik moest je loslaten
om mijn lege armen te zien.

 

snippers

Er was een land zei je.
Je stapte uit om je tandenborstel te halen en pleisters.
“Iets tegen de heimwee haal ik daar wel”
ze je “als ik de taal heb geleerd.”

We sliepen op het ijs die nacht
tot we mensvormige wakken hadden uitgebroed.
We visten jassen op, we haalden poppen boven
stalden ze aangekleed uit alsof er iemand thuis was
op de immense vervroren vlakte.

Je vertelde: ik ben handgeschept
uit de snippers van mijn voorvaderen
beschrijf me, ik zal zo blank zijn
als mijn geschiedenis het duldt.

Uitgedroomd lagen we in de tobbe te ruiken
naar Marseille en we vonden bij de waslijn
dat gordijnen beter buiten, omdat er meer
om naar te kijken was. Hoe ik je door
doorschijnend naakter vond en in een kader echter.

Lammetje (ik stel mezelf voor)

 

Of ik Godot nog ken?
Ik was enig kind, ik zat vaak op de wip
zonder tegengewicht, een gezicht aan de overkant.
Ik was leuk genoeg voor vijf brieven
van een pennenvriend, kon in de verte staren

tot de postbode niet kwam. Ik werd overvallen
door slaap toen de band na vijf keer vragen
mijn nummer toch niet speelde, ik was drie
en haast even klein toen ik met een spaarvarken
de juwelier binnenstapte, kocht er blozend wat
twee weken later koud weer in mijn handen lag.

Ooit keek ik maandenlang naar mijn communie uit,
en toen het zover was stond ik daar
over de taart te bloeden met het aardappelmesje
in mijn voorhoofd en een lint in twee.-
Zelfbebloede stukken voor intieme verwanten.
dat van het lammetje voor de rest.

 

Met dit gedicht stel ik mezelf voor op de website van koek!

 

opdurf feest (uperdare party)

Beneden heeft de vrouw een opdurf feest
en ik ben op de vlucht
voor wat vrouwen eng maakt: hun vriendinnen,
hun gegiechel: die hoge tenen die verstoppen
wat na enkele buien lacherig bloot komt te liggen.

Als geheimen samen zitten, intieme dingen kopen
komen er dochters van die leren praten
voor ze schaamte kennen met ooglichtjes die verraden
hoe  je nooit zal weten wat erachter brandt.

Ik durf niet op tegen de opdruf pret
en wat in siliconen kannetjes en kruikjes,
ongeduld dat per ongeluk in zijn honger
van het badzout proeft,
leidt tot mannelijke opdurfangst

die  vannacht diep in het bruin van kroegen
moeten begraven onder bier en het gezwets
van waarheidskoeien, bijvoorbeeld
dat het leven aan de durver is.

 
Dis is tevens ook mijn eerste gedicht op de blog satire en traumas.