een koreaan

Er is altijd wel ergens een Koreaan die het beter doet.
De veertigste van Mozart op een ukelele spelen
Of de pose aannemen waarvoor ze Keanu Reeves’
rug op tweeëndertig plaatsen hebben moeten breken.

De eifeltoren in lucifers reconstrueren zonder lijm
er zal wel ergens vroeg of laat een Koreaan voor zijn.
Een computer die de fouten in je lach opspoort
die op een rug kan projecteren hoe koortsig je wel wacht.

Het is vast al door een Koreaan bedacht. Een scanner
die sneller mijn gezicht kan lezen dan mijn moeder.
Een robotarm die veel preciezer wijs hoe pijn het doet.
Een chip met alle boeken op die ik toch niet zal lezen.

Een Koreaan voor elk leven dat ik nooit zal lijden.
Om zich aan alle fantastische onzin te wijden
waarvoor ik te weinig tijd heb zodat ik nutteloos
hier kan zijn omdat ik onbruikbaar en dus vrij ben.

 

op bezoek

Op bezoek.

In het land waar alles zo vlug gaat
dat vle koppen worden gesneld
Zal éénhoofd dan wel koning zijn.

Maar mannen die de verwarring zaaiden
om deze chaos te oogsten staan niet op een wachtlijst
voor een bezoek.

Een vrouw verklaart dat het lijkt  alsof een touwtje
om haar nek elke dag strakker wordt aangetrokken.
De afstand van de stoel tot de sofa volstaat
voor een witte jas om er het filosofische van te zien.

Therapie is vanop twee armlengtes zoeken
naar een breedte en een diepte perspectief
naar vluchtpunten en als het kan een zilver lijntje
horizon, wat licht in diepe tunnelogen.

Het is levenslessen trekken uit iets dwaas als badminton
met iemand die net van een oorlog komt.

Een man  knielt op de vloer en lijkt naar scherven
zelfbeeld te graaien, maar hij tast hevig bibberend
naar kleingeld bij de sigarettenautomaat.
Pillen geven hem waarschijnlijk alzheimer,
zodat hij kan vergeten wie hij dus niet is.

Ooit kreeg ik rugpijn van altijd alles op te rapen
hier zie ik wat er gebeurd was als ik alles toen had laten liggen.
Hoe hoog je dan plots staat, hoe diep het dan plots is.

Ik ben hier slechts op bezoek. Ik betaal geen boete
Ik mag straks gewoon terug naar start.
Ik heb geheel toevallig, de juiste kanskaarten op zak.

Er is vast iets

Er is vast iets dat ons samenhoudt
Al wordt de elastiek om mijn middel
loslippiger en pluizen buitenboorddromen
uit gespleten krullen tussen vingerkootjes.

voorbij de kaasstolp over de verte wacht
een achterliggende gedachte, maar wij
hielden beeldmateriaal binnen dat in een krant
heel nonchalant  zouden kunnen verwateren
op straat. We konden er wellicht een prijs mee winnen.

De mier die ik van het scherm probeerde vegen
bleek een verdwaalde komma. Je likt de lijnen
van je vinger het patroon waarin haar buikwater
ooit jouw vlees geworden was. Je wilde
vast ooit ook iets uitvlakken wat al was uitgehard.

(Je kusafdruk op het glas bevroor in een wit venndiagram
Ik maakte langs de binnenkant een deelverzameling
met de jouwe. Een verijsd soort afscheid in de kou
Er is vast iets dat ons samenhoudt)

origin of life

On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. (voor Frank Smets)

 

In wezen stelt het niet veel voor.
Een klomp vlees die met het badwater
in de watten wordt gegooid.
Het parallele wenen.
Ik wierp kieuwen af in een schoot
voor ik leerde dat wetenschap
net als liefde wordt bedreven.
Ik herinner me weinig van mijn afkomst.
Sinds mijn rug zich kromt,
mijn oorschelp als een stolp
wat nader over de aarde holt
kan ik empirisch onderzoeken
waar we breken in een cantate
hoe aandacht zichzelf
in een open mond beademt
Er zal best een theorie van alles bestaan
maar ik geloof dat de snaar
onder mijn kin verborgen zit.
Gespannen heb je pijlen nodig
om doelen voorbij te schieten
richt op waar het naartoe gaat
Als je lost is nu er al lang geweest.

Zet een mastloos schip omgekeerd
in mijn tuin, een ademruim
om voor de vloed te schuilen.
Die me hier neerzette,
me met de zelfde hand
weer uit zal vegen.

Elke ochtend vliegt er uit
Drie kinderkamers
een handgeschepte selectie
elkaars de haren in.

Materialisme

Als wij, de levenden
het hele huis zijn geweest.
De kasten vol vergetelheden en geheimen
De tafel waaraan we brood
en wat later “ons” ging heten
op maat van monden met de gasten deelden.
We waren karig voor elkaar in voorraad.
Er was altijd wel een la
En het onderste uit onze kan was bezonken
uit hetere tijden.

Als wij het slagwerk van bestek
en de diepvries van een magere maand zijn geweest.
De renteniers van katten die langs buiten
minachtend op onze werkloze uren keken.
De kasten vol gekrompen kleren
(omdat de jaren steevast vetter werden)

Dient er zich dan  alsnog een lente aan?
Die ons buiten zet, met klikken en klakken van tongen
om ons op het gras te spreiden.
Die dauw in de verstofte vezels zuigt
tot er weer sapstroom in de baksteen sluipt.

Luisterkoek te koop

Vanaf vandaag is luisterkoek officieel te koop.
En dit op volgende plaatsen

Toerisme Turnhout: grote markt 44

Toerisme

Restaurant de Weerelt: warandestraat 17-19

de weerelt

Copyplus: Otterstraat 95

copy plus luisterkoek

 

‘t verloren brood: Patersstraat 69

 

verloren brood

of via info@tomdriesen.be  (als mindy ze wil afgeven)
mindy luisterkeok

(meer info onder: ik sta te boek)

foto luisterkoek2  foto luisterkoek

Mijn lieve Noa

Mijn lieve Noa

sinds een paar jaar

ben ik weer verliefd, op haar
ze is drie, noemt me papa
En ik hoef geen test op DNA
om te weten hoe waar ze is
de meest bizarre diva
clown en acrobaat
ogen als een zoomlens
op een breedbeeldcamera

Van alles is een naam
het enige wat ze altijd mee zal dragen
Dus noemden we haar Noa
Naar de man die met zijn ark over de zee
van elk dier is ze er twee
de hinde en het ree
de pinguin, de scarabee
een evenwicht van veel te veel
En aan het einde is er vrede.
daar kom je al een eindje mee.

Mijn lieve Noa
weet dat kleine kindjes
in een kleine rolstoel rijden
zoals papa door een hele dikke bril moet kijken
lijkt bijna te begrijpen dat je zelf zijn
begint met een beetje van de rest af te wijken.
speelt realiteit in vele bedrijven
Bewijst mij dat je kan dromen met je neus in de feiten.
lijft mij in als ik bij haar moet blijven
typt haar naam die ze nog niet kan schrijven
ze lacht verlegen als een bambi
en laat de tijger in zich vrij

vertelt zonder een spoor van twijfel in haar stem
dat ik de sterkste man ter wereld ben
Alleen omdat ik haar kan heffen
een antwoord bedenk op elke vraag die ze kan stellen
En al wil ik elke dag een berg voor haar verzetten
Ik krijg haar honger nooit getemd
haar toekomst is een rendier en een arend en als ze straks
Pril wild en gillerig is, ben ik slechts de teleursteller.
Ze zal een jongen op  een motorfiets en wikipedia
mij leren niet meer nodig te hebben.
Ik zal mijn beefhand  in de hare leggen
haar vragen mij laatste straten over te helpen
Maar tot dat moment

is zij mijn lieve kleine Noa
vindt het lastig dat ze vier keer per dag
door een rietje moet plassen
en hoewel iedereen probeert
haar te kalmeren weet niemand
van ons precies wat het betekent
zoiets uit handen te moeten geven.
De eerste keren moesten we bijna evenveel wenen.
Zij als een kleuter luidkeels en gemeend
ik als mannen uitgesteld en ongemerkt
Nu gaat het beter met de dag.
Gewoonte is een onderschatte macht
adapteren is een zegen en iedereen heeft wat
Ze is het manke lammetje met de draagkracht van een olifant
Haar glimlach: de grootste aanklacht tegen zwakte
Die ik ooit zag, vraagt en wacht op chocolade
en ik smelt harder dus het mag.
ze vraagt kusjes voor het slapen
Ik lag ooit nachten wakker met oren als radars
die de lucht aftastten naar haar ademhalen
of ze er nog wel was
en de wereld is zo hard als duizendmaal vallen
dus is zachtheid vast een wapen
ik laad het met kusjes en kussens voor de nacht
toen ik haar voor het eerst in mijn armen had
was ze zo licht als een veertje dus ik leer haar alvast
naar zandmanland te dwarrelen
te fladderen als een nachtpauwoog
en de dagen vol te scheppen als een lepelaar.
en ik lepel woorden in haar oren
tot haar ogen zwaar
Mijn lieve Noa
droom nu maar

bakster

Een vrouw als een bakster
druppelt moedig symptomen
bij het bed waarin we beiden
ziektebeelden in stand houden
met chocola en ijs voor het vergaan.

We zijn een tomaat vol knoken.
We lekken mythes voor onze kinderen
een bad, waarin we hen niet lozen.
Onze hand ophoudend als een zandloper
waarvan het oog steeds groter wordt.

“Er was eens” heeft een zetel gevonden
de navelwonde ettert tot de zwaarte
van het gat de kamer opslokt en elke vonk.
Ze druppelt tijd in al haar potten
Dekt de tafel, waar het bed tot op het bot
nog ligt te gapen.

emulsie

We zochten overal wat achter
Van de stationsklok was de wijzerplaat
slechts het voorportaal van een stadstaat.
Miniatuurmensjes bepaalden er de tred
ontredderden geliefden door secondewijzers
naar een overslaande hartslag op te drijven.

 

Wie stookten de oven van onze
paranoïde fantasie tot
onze stoomoren floten.
We dachten aan continentendrift
bij laag water in duinen.
Brieven onder  vloertegels
schatkaarten en vijanden
om ons in een boom
met warme chocolade
tegen te verschansen.

Je roerde me als hutsepot
zoals enkel dat soort meisjes
Dat we vroeg of laat iets achter
elkaars tong gingen vermoeden
was een kwestie van het klokkenvolkje
Ik ben meestal ook maar een emulsie
voeg wat bakpoeder toe
en ik wordt licht ontvlambaar.
Wat dacht je nu echt
dat er achter mijn ribbenkast lag?

kaasblokje

Nu één blokje kaas nog ligt aangemeerd
in mosterd als een koopvaardijschip
op een zwemvijver (met Nederlandse vlag,)
heeft niemand nog honger, wil ik nooit saus.

“Wijn is gewoon sap, zeg je
waar te lang over is nagedacht
zodat wij dat niet meer hoeven”

ze beweegt haar lippen om die
virtuoze onzin, ze kan het vast
rond mij. Ze is een snoepjeskast
ze verbergt een geheime kamer
ik wil geknield door haar
maar ben het wachtwoord kwijt.
Ik ben een kaasje op de droge zee
overal kan ik naartoe
ik mis de zucht om me weg te blazen
mijn zeil heb ik tot zakdoeken verscheurd.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.