Bibliotheek Turnhout 27 Januari

Op 27 januari sta ik op het evenement voor woord In de bibliotheek van turnhout
Ik stel er enkele nieuwe stadsgedichten voor.

stadsgedicht OCMW Turnhout

 

Vandaag stelde ik mijn eerste stadsgedicht voor in het OCMW van Turnhout. Het blijft er permanent hangen in de inkomhal.
u kan het ook hier nalezen. Hier kan u luisteren hoe ik het gedicht voorstel op Radio 2.

stadsgedicht ocmw3

stadsgedicht ocmw1

stadsgedicht ocmw2

kleine snelle versjes (1p2)

1

Het leven is een enkelvoudige zin
er is slechts een einde, er is slechts een begin.

2
In mijn hoofd ben ik met velen
maar mijn schaduw loopt alleen.

3
Ik wou als kind altijd de binnenkant
van al mijn speelgoed zien
daarom kreeg ik nooit konijntjes.

Een Koreaan

Er is altijd wel ergens een Koreaan die het beter doet.
De veertigste van Mozart op een ukelele spelen
Of de pose aannemen waarvoor ze Keanu Reeves’
rug op tweeëndertig plaatsen hebben moeten breken.

 

De eifeltoren in lucifers reconstrueren zonder lijm
er zal wel ergens vroeg of laat een Koreaan voor zijn.
Een computer die de fouten in je lach opspoort
die op een rug kan projecteren hoe koortsig je wel wacht.

Het is vast al door een Koreaan bedacht. Een scanner
die sneller mijn gezicht kan lezen dan mijn moeder.
Een robotarm die veel preciezer wijs hoe pijn het doet.
Een chip met alle boeken op die ik toch niet zal lezen.

 

Een Koreaan voor elk leven dat ik nooit zal lijden.
Om zich aan alle fantastische onzin te wijden
waarvoor ik te weinig tijd heb zodat ik nutteloos
hier kan zijn omdat ik onbruikbaar en dus vrij ben.

 

Als het goed is (Stadsgedicht 1)

Als het Goed is.

1

Als het  goed is
Moet ik mijn vinger niet opsteken
om geteld te worden.
Ik probeerde mezelf al zo vaak uit te gommen
dat ik de kleur van achtergrond kreeg.

2

Als het goed is
hoeft u niet te weten  op wie ik val
om mij graag te zien.
De lakens die ik beslaap zijn wit
de bijzinnen die ik er schrijf
zo ondergeschikt aan mijn verhaal
dat ze van tussen het dons verdampen.

3

Als het goed is
Moet ik  het wit  van mijn  handen niet tonen
om te bewijzen dat ik ongewapend ben.

Ik heb geen plan in mijn hoofd:
De wegenkaart onder mijn vingers
heeft me tot hier gebracht.
Ik vang slechts wat uit de hemel valt.
4
Als het goed is
Moet ik mijn stem niet verheffen
om te worden gehoord.
Dit is geen tong, dit is een inktvis
hij verkleurt zich waar hij gaat zitten.

5

Als het goed is
Moet ik mij niet opsluiten
opdat u op bezoek zou komen.

Ik heb mijn voordeur in de kleur van stad,
in de kleur van voorbijgaan geschilderd.
Ik ben niet eenzaam, ik heb ruime bezoekuren.

Kom binnen
het is goed

op bezoek

Op bezoek.

In het land waar alles zo vlug gaat
dat vle koppen worden gesneld
Zal éénhoofd dan wel koning zijn.

Maar mannen die de verwarring zaaiden
om deze chaos te oogsten staan niet op een wachtlijst
voor een bezoek.

Een vrouw verklaart dat het lijkt  alsof een touwtje
om haar nek elke dag strakker wordt aangetrokken.
De afstand van de stoel tot de sofa volstaat
voor een witte jas om er het filosofische van te zien.

Therapie is vanop twee armlengtes zoeken
naar een breedte en een diepte perspectief
naar vluchtpunten en als het kan een zilver lijntje
horizon, wat licht in diepe tunnelogen.

Het is levenslessen trekken uit iets dwaas als badminton
met iemand die net van een oorlog komt.

Een man  knielt op de vloer en lijkt naar scherven
zelfbeeld te graaien, maar hij tast hevig bibberend
naar kleingeld bij de sigarettenautomaat.
Pillen geven hem waarschijnlijk alzheimer,
zodat hij kan vergeten wie hij dus niet is.

Ooit kreeg ik rugpijn van altijd alles op te rapen
hier zie ik wat er gebeurd was als ik alles toen had laten liggen.
Hoe hoog je dan plots staat, hoe diep het dan plots is.

Ik ben hier slechts op bezoek. Ik betaal geen boete
Ik mag straks gewoon terug naar start.
Ik heb geheel toevallig, de juiste kanskaarten op zak.

Er is vast iets

Er is vast iets dat ons samenhoudt
Al wordt de elastiek om mijn middel
loslippiger en pluizen buitenboorddromen
uit gespleten krullen tussen vingerkootjes.

voorbij de kaasstolp over de verte wacht
een achterliggende gedachte, maar wij
hielden beeldmateriaal binnen dat in een krant
heel nonchalant  zouden kunnen verwateren
op straat. We konden er wellicht een prijs mee winnen.

De mier die ik van het scherm probeerde vegen
bleek een verdwaalde komma. Je likt de lijnen
van je vinger het patroon waarin haar buikwater
ooit jouw vlees geworden was. Je wilde
vast ooit ook iets uitvlakken wat al was uitgehard.

(Je kusafdruk op het glas bevroor in een wit venndiagram
Ik maakte langs de binnenkant een deelverzameling
met de jouwe. Een verijsd soort afscheid in de kou
Er is vast iets dat ons samenhoudt)

origin of life

On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. (voor Frank Smets)

 

In wezen stelt het niet veel voor.
Een klomp vlees die met het badwater
in de watten wordt gegooid.
Het parallele wenen.
Ik wierp kieuwen af in een schoot
voor ik leerde dat wetenschap
net als liefde wordt bedreven.
Ik herinner me weinig van mijn afkomst.
Sinds mijn rug zich kromt,
mijn oorschelp als een stolp
wat nader over de aarde holt
kan ik empirisch onderzoeken
waar we breken in een cantate
hoe aandacht zichzelf
in een open mond beademt
Er zal best een theorie van alles bestaan
maar ik geloof dat de snaar
onder mijn kin verborgen zit.
Gespannen heb je pijlen nodig
om doelen voorbij te schieten
richt op waar het naartoe gaat
Als je lost is nu er al lang geweest.

Zet een mastloos schip omgekeerd
in mijn tuin, een ademruim
om voor de vloed te schuilen.
Die me hier neerzette,
me met de zelfde hand
weer uit zal vegen.

Elke ochtend vliegt er uit
Drie kinderkamers
een handgeschepte selectie
elkaars de haren in.

Materialisme

Als wij, de levenden
het hele huis zijn geweest.
De kasten vol vergetelheden en geheimen
De tafel waaraan we brood
en wat later “ons” ging heten
op maat van monden met de gasten deelden.
We waren karig voor elkaar in voorraad.
Er was altijd wel een la
En het onderste uit onze kan was bezonken
uit hetere tijden.

Als wij het slagwerk van bestek
en de diepvries van een magere maand zijn geweest.
De renteniers van katten die langs buiten
minachtend op onze werkloze uren keken.
De kasten vol gekrompen kleren
(omdat de jaren steevast vetter werden)

Dient er zich dan  alsnog een lente aan?
Die ons buiten zet, met klikken en klakken van tongen
om ons op het gras te spreiden.
Die dauw in de verstofte vezels zuigt
tot er weer sapstroom in de baksteen sluipt.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.