Categorie archief: Uncategorized

Hars (cyclus in 9 delen)

 

(voor Leen Bellens)

1
Muggenbloed.
Een mug in het hars van een boom
in een rotsformatie in Nicaragua
het bloed in de angel nog oplosbaar.
Het dier had een dinosaurus gestoken.
Toen men aan het klonen sloeg
bleek er een verwarde holbewoner
uit de soep te groeien.
We vonden per ongeluk
een stuk van onze genetische puzzel.
maar geen rand of hoekdeel, het insect
prikte een willekeurig moment voor ons.
Onder een hoogglanslaklaag
die zich al aan de lucht vergeelt
liggen we op San Marco te glimmen
van het lachen, versteend in een kast.

Wetenschappers zullen concluderen
dat duiven leefden op chocoladerijst.
Venetië is geen slechte plek
om als een mug in de tijd te verkleven.

 

2
de moeder

In ons stroomde de hars als stilte binnen
je  hoorde hoe  een schelp
die stilte aan het ruisen bracht
het gonsde in de grot van je ingewanden.
de eerste kinderstemmen rolden van de trap
in een soort sepia dat naar vers brood blijft ruiken.
zelfs nu je alleen in je korf als een koningin
de honger wegkauwt, nu iedereen is uitgezwermd

Het teveel aan bestek een mond vol tanden
die je vertelt  hoe de liefde je op de huid is gespeld.
Of kwam de vloed te laat? Een oorlog
of een huwelijk, of het te lange verlengde daarvan.

We vonden je in een nicotinegele laag
Je gelooft nooit hoe rook na jaren
van het behang afdruipt, stoffige honing
de liefde onverteerbaar zoet als ze is ingedikt.

 

3
Witte mars.

De ontzetting als bij het afschrapen
van een nieuwe laag in deze grot de eerste
witte heliumballon naar het plafond stijgt
Men kijkt naar de omgekeerd traanvormige holte.

Elke dag hierna zullen er tientallen volgen
millimeter na millimeter komen ze los.
Men volgt de touwtjes als tandzenuwen
naar de bron dieper in het gesteente.

Als men het draadje ragfijn
uit het hars boort stijgt van onderuit
een stilte op in de grot die zo gasvormig is
dat we bang voor verstikking de adem inhouden.

Wie was dat volk, dat daar beneden
als sneeuw, lijkt het wel, stormde?
Dat de lucht vergiftigde door die
als water stil te leggen in de longen.

Plots lekt het helium uit een ballon
aan het gewelf en is vloeibaar zilver.
Heeft de druk in het gesteente
edelgas tot edelmetaal gekneed?

Niet lang voor het over ons heen regent.
We kijken hoe we druppel na druppel
elkaar weerspiegelen, tot de ogen gesloten
we onpeilbaar diep onszelf aanstaren.

 

4 sequoiamoeder

Het hing al wel langer in de lucht
dat het afscheid van de sequoia
een rituele crematie zou worden
drie dagen en nachten dansten we onophoudelijk.

Het vuur likte de vrouwen waar ze zich sneden
paddenstoelen schilderden in ons bloed de dromen
die de boom millennia had bewaard tot we het zagen.
Voorouders trokken ons bij de haren achterover.

Wat als sequoia’s een soort van bijenvolk waren?
Er doken verhalen op over de moederkoningin.
De boom die omgekeerd groeide en met zijn takken
de hele wereld samenhield als een hand in het deeg.

We gingen op zoek naar waar er metershoge wortels
zich aan de wolken voedden. Maar zouden we ze herkennen?
En wat als die boom zou huilen om een kind? Hoe massief
en allesverwoestend, als het verdriet van een mooie vrouw.

Bij die gedachten zochten we naar een allesomvattend excuus.
Misschien wel om de pure absurditeit van wie wij waren.
We zouden het in de tranen van de moederplant willen leggen.
We zouden arm in arm en dan tot eeuwig tellen.

 

5

Pompeï 2

“Hier was een stad”: een mondmasker
om het verleden niet te infecteren
de lucht om ons is opgedroogd
men weekt kranten uit het gesteente.

Men leest de inkt die is gebleven
hakt chips los die op geen enkel systeem
meer compatibel zijn. Onze talen
werden voor tachtig procent ontrafeld.

Hadden we maar iets in een rotswand gehakt
we lieten te veel geschriften na
om een verhaal uit op te maken
de informatietijd, de nieuwe prehistorie.

Schijven van vinyl een soort Rosetta steen
Er is het punt waar fictie het van ons overneemt
Je houding toen de hars ons overspelde
als een afgroet in een vergeelde circusshow.

Loslaten bleek het laatste wat je bijhield.
Je moeder, of een kaartje voor een trein
die decameters voor  je halte stremde
een handkus als een middelvinger naar cynisme.

6 Posen

Als er op een dag weer een soort Pompeï
ons in het sap van de aarde fixeert
wordt verstenen de formaliteit
van poses die nu lichaamseigen zijn.

Soms dansen we te veel met de onderbuik
onbewaakt zullen we de stam niet zien
die in boscamouflage uit de grond rijst
plots zullen we op een berg lijken te leven.

De dikke bast zal barsten en bloeden.
Waardig en traag als een moeder.
Een honingkleurig rubber dat de tijd
indikt als kringen in stilstaande verhalen.

Zoals je spieren weerstand voelen
als de pudding bij het kookpunt bindt.
Zo zal dagenlang elke koortsige beweging
zich wanhopig weer in een taal gaan gieten.
7 Central Park

Er waren de hardnekkige geruchten
Dat daar diep in de grot, onder zovele lagen
zich een meer bevond waar er elke nacht
gezangen uit het oppervlak naar boven klommen.

Seismologisch drongen de patronen door
in het gesteente van de grot en iemand
herinnerde zich de verhalen van een onderzeeër
Een ark die onderdook naar de geheime gangen.

Terwijl de daken van de metropolis
Als injectienaalden staken in de uitgeharde hars
bleek er een rechthoek uitgesneden
tussen de wolkenkrabbers, boekvormig

Dit park leek een buitenaardse boodschap
centraal in het boek het hartvormige meer
Elke nacht trilde het zingen in ons bekken
alsof we een beentje waren in een vlezig oor.

 

8

De dans der versteenden

 

Als het kon, dacht ik vannacht
Mochten we voor de hars ons overmeesterd
wel verstenen

 

Families op feesten
voor iedereen ging scheiden
Of sterven veranderden onder
het oog van de lens in stenen kikkers
van het potsierlijke lachen groengeblakerd

 

Er was de jongen die bij
zijn eerste zoen een krijtrots werd
waarna zij verder vlinderde

 

Een dame achter de ruit
vloeide uit haar keramieken lach
in een theekop waarin het lepeltje
als secondewijzer cirkelde.

 

mannen die over elkaar in verband
van zichzelf een muur metselden,
hun koppen voor de oorlog in hinderlaag
hun meisjes als klompjes goud in de binnenzak.

 

(Duizenden kinderen spelend tussen
veldbloemen tot topazen vergaan
in de waan dat ze met
moeder mochten douchen.)

 

Uit torens van vuur vielen marmeren
tuimeltortels in parels uit elkaar
tot de straten: een knikkerbaan,
inademde als de zee voor ze
uit schuim een golf verzamelt.

 

Ik zag een gebogen man,
zijn granieten vrouw op schouders
torsen over besneeuwde paden,
fluisterde hij haar oude verhalen toe.
En zij die elke kruimel sterfelijkheid
als een parel in de oester van hun mond bleven dragen
bakten van zichzelf een chocolat moelleux.
Het hart lopend en warm
in een langzaam verstenende wereld

 

9
Bevrijding

Aangekomen boven de hoofden vragen we ons af
Hoe we een man hieruit los moeten maken.
wat daartoe het meest geschikte houweel
Iemand denkt aan een grote tandartsboor.

We zouden ze ook in balken van een op anderhalf
uit de grot tot in de zon los kunnen zagen
wachten op de stralingswarmte, of toch…
al snel wordt het smelten van de soort gevreesd.

Hoe bestand tegen de hitte? Iemand wijst
de plekken waar mensen met elkaar verstrengeld zijn
Als embryo’s in de zelfde schoot,  soms tot verstikken toe.
Hoe zouden wij bevrijd willen worden uit de laatste wurging?

Hoe afwezigheid in hun ogen, een verdovende
roesachtige warmte suggereert.  (een opiaat bijna)
een koelwagen en een museum, zegt de hoofdopzichter.
schuurpapier en engelen geduld opent de priester.

We besluiten dat de geschiedenis wellicht
haar hoogglans zou verliezen
als zij uit het tijdperk werd gehakt
waarin zij is versteend.

Advertenties

Onmogelijk wij (gedicht)

Dit Gedicht  verscheen In de oktoberversie van het toonaangevende literaire E zine Het Gezeefde gedicht

1

Niet alles wat we doen is realistisch
we bouwen schepen waarmee we van de wereld
zullen donderen, zoveel is zeker,
Het belet ons niet om hout te klieven.

Iemand schuift buizen neon tussen de wolken
versteekt ze, tot de zon lang onder.
In containers drijft ons hart landinwaarts
We stapelen ze zo hemeltergend hoog, een Babelboot.

Ooit zullen we alle delen van de wereld bevolken,
onze voorouders geloofden zelfs niet in de kade, de getijdenrivier
als ze uitademt  spartelen onze voeten boven het water
alsof we even sprongen op de maan, dat achtste continent.

Hoe leer je vallen? Aanvaarden dat bewegen gewichtig is.
Dat er een domino-effect, een voedselketen van handelen
die tot ver buiten deze generatie strekt. Dat een val zich voortplant
Zo letterlijk dat het op een flauwe woordgrap lijkt.

Misschien hebben we ook elkaar bedacht, met armen
om elkaar de woorden uit de mond te strelen, egaal
de nacht een verdwijntruc op een middag in het park,
Busruiten bewaren oranje spiegelbeelden die flauwtjes zwaaien.

 

2

soms moet men ons zeggen wat we zijn
het in onze lippen bijten tot we geloven
dat we onder onze pet roesmiddelen koken
geheime recepten voor kristal uit de voorstad

Ik ben nooit goed geweest in mythes
maar vertel met die handen maar iets
waarin ik klei mag zijn onder m’n vermoeide ogen
en giet dan levende vissen in m’n bloed

Soms moet men ons eraan herinneren
dat wij ook maar bedienden zijn
tot we ons voor streling ontvankelijk verklaren
blijven we notulisten van de lust

wij: onbevoegde instanties voor de migratiedriften
in dit lijf ,met de vissenstaart, noordwaarts
het opspringen uit de rivier
Het gevaar van beren in de open muil te lachen

soms moet men ons onderbroken anaforen noemen
onwaarschijnlijke stijlfiguren bij de meerpaal
Hoeveel kou moet een flamingo verdragen
voor hij als een fiere letter in je mond mag slapen?

3

Ook in mooie woorden kan je verloren lopen
Wij spreken niet per definitie met vloeibare ogen
wij zijn in onze pennen als in sarcofagen
rond levenslange verwikkelingen gekropen.

Daar zijn we ontspoord, hoeveel doolhoven
wil je in de tombe vullen voor er twee getallen staan?
Hoeveel koninkrijken wil je optrekken uit verlangen
voor je van die vingers een zandloper maakt?

Fabeldieren zijn te mooi om te overleven
De terzieler en de hypogrief, ze stierven uit
voor ze “er was eens” uit hun genetica, baarden
de lichter dan lucht kinderen die sprookjes vermoedden.

Ik ben een man: wat zwellend vlees en apenkuren.
armen als geluidsdempers om rond een pratend hoofd
je kan zure beertjes of een lijm uit mijn beenmerg  onttrekken
als alles uit elkaar valt, bedenk dat als ik in een dier verander.

Waarschijnlijk is onze grootste zorg het zorgen
het is geen wonder dat liefde in kinderen verandert
Zijn triomf en lust en waanzin dan nakomelingen van de liefde?
Het is een wonder dat de liefde soms nog zorgen baart.

 

 

30 meter uitzicht

Vanaf heden kan u onder de rubriek stadsgedichten het gedicht “dertig meter uitzicht” vinden dat ik schreef bij het panorama de vries.

https://tomdriesen.wordpress.com/stadsgedichten/

Trapgedicht Kunstbende

Voor Kunstbende Turnhout mocht ik met alle inzendingen van de categorie TXT één trapgedicht maken. Ik gebruikte één zin uit elke inzending en dit was het resultaat.

Elke dag lees ik je
Mensen zijn zoals brieven
Met veel liefde gebracht door iemand.
Mijn eigen stem klinkt als een pas geboren baby,
Vers van de pers
Achter jou schildert de zonsondergang een meesterwerk;
Er bevonden zich honderden kooitjes
in onze achtertuin, daar stierven we stilletjes
in het midden van de zin

Ik blijf sterk,
net zoals ‘de grote mensen’.
Tot het puin niets meer weegt.
Gom de fouten uit mijn schaduw
ik vecht zoals alleen ik dat kan
maar soms is de stad gezelschap genoeg
ik mag nu nog niet opgeven
Ik zag de besten van mijn generatie verwoest
Zwart is voor eeuwig mooier dan het donkerste wit.
ik ben nu voor altijd  verdrietig… voorzichtig   en bang,
Bang voor wat nog zal komen
Feestjes met fles wijn
Kwamen thuis in de vroegen uren.
Wat nu als ik allergisch ben aan witte paarden?

 

IMG_20160306_130133 IMG_20160306_130156 IMG_20160306_130134 IMG_20160306_130137 IMG_20160306_130154

Bibliotheek Turnhout 27 Januari

Op 27 januari sta ik op het evenement voor woord In de bibliotheek van turnhout
Ik stel er enkele nieuwe stadsgedichten voor.

stadsgedicht OCMW Turnhout

 

Vandaag stelde ik mijn eerste stadsgedicht voor in het OCMW van Turnhout. Het blijft er permanent hangen in de inkomhal.
u kan het ook hier nalezen. Hier kan u luisteren hoe ik het gedicht voorstel op Radio 2.

stadsgedicht ocmw3

stadsgedicht ocmw1

stadsgedicht ocmw2

kleine snelle versjes (1p2)

1

Het leven is een enkelvoudige zin
er is slechts een einde, er is slechts een begin.

2
In mijn hoofd ben ik met velen
maar mijn schaduw loopt alleen.

3
Ik wou als kind altijd de binnenkant
van al mijn speelgoed zien
daarom kreeg ik nooit konijntjes.

Een Koreaan

Er is altijd wel ergens een Koreaan die het beter doet.
De veertigste van Mozart op een ukelele spelen
Of de pose aannemen waarvoor ze Keanu Reeves’
rug op tweeëndertig plaatsen hebben moeten breken.

 

De eifeltoren in lucifers reconstrueren zonder lijm
er zal wel ergens vroeg of laat een Koreaan voor zijn.
Een computer die de fouten in je lach opspoort
die op een rug kan projecteren hoe koortsig je wel wacht.

Het is vast al door een Koreaan bedacht. Een scanner
die sneller mijn gezicht kan lezen dan mijn moeder.
Een robotarm die veel preciezer wijs hoe pijn het doet.
Een chip met alle boeken op die ik toch niet zal lezen.

 

Een Koreaan voor elk leven dat ik nooit zal lijden.
Om zich aan alle fantastische onzin te wijden
waarvoor ik te weinig tijd heb zodat ik nutteloos
hier kan zijn omdat ik onbruikbaar en dus vrij ben.

 

Als het goed is (Stadsgedicht 1)

Als het Goed is.

1

Als het  goed is
Moet ik mijn vinger niet opsteken
om geteld te worden.
Ik probeerde mezelf al zo vaak uit te gommen
dat ik de kleur van achtergrond kreeg.

2

Als het goed is
hoeft u niet te weten  op wie ik val
om mij graag te zien.
De lakens die ik beslaap zijn wit
de bijzinnen die ik er schrijf
zo ondergeschikt aan mijn verhaal
dat ze van tussen het dons verdampen.

3

Als het goed is
Moet ik  het wit  van mijn  handen niet tonen
om te bewijzen dat ik ongewapend ben.

Ik heb geen plan in mijn hoofd:
De wegenkaart onder mijn vingers
heeft me tot hier gebracht.
Ik vang slechts wat uit de hemel valt.
4
Als het goed is
Moet ik mijn stem niet verheffen
om te worden gehoord.
Dit is geen tong, dit is een inktvis
hij verkleurt zich waar hij gaat zitten.

5

Als het goed is
Moet ik mij niet opsluiten
opdat u op bezoek zou komen.

Ik heb mijn voordeur in de kleur van stad,
in de kleur van voorbijgaan geschilderd.
Ik ben niet eenzaam, ik heb ruime bezoekuren.

Kom binnen
het is goed