Maandelijks archief: maart 2017

Hars (cyclus in 9 delen)

 

(voor Leen Bellens)

1
Muggenbloed.
Een mug in het hars van een boom
in een rotsformatie in Nicaragua
het bloed in de angel nog oplosbaar.
Het dier had een dinosaurus gestoken.
Toen men aan het klonen sloeg
bleek er een verwarde holbewoner
uit de soep te groeien.
We vonden per ongeluk
een stuk van onze genetische puzzel.
maar geen rand of hoekdeel, het insect
prikte een willekeurig moment voor ons.
Onder een hoogglanslaklaag
die zich al aan de lucht vergeelt
liggen we op San Marco te glimmen
van het lachen, versteend in een kast.

Wetenschappers zullen concluderen
dat duiven leefden op chocoladerijst.
Venetië is geen slechte plek
om als een mug in de tijd te verkleven.

 

2
de moeder

In ons stroomde de hars als stilte binnen
je  hoorde hoe  een schelp
die stilte aan het ruisen bracht
het gonsde in de grot van je ingewanden.
de eerste kinderstemmen rolden van de trap
in een soort sepia dat naar vers brood blijft ruiken.
zelfs nu je alleen in je korf als een koningin
de honger wegkauwt, nu iedereen is uitgezwermd

Het teveel aan bestek een mond vol tanden
die je vertelt  hoe de liefde je op de huid is gespeld.
Of kwam de vloed te laat? Een oorlog
of een huwelijk, of het te lange verlengde daarvan.

We vonden je in een nicotinegele laag
Je gelooft nooit hoe rook na jaren
van het behang afdruipt, stoffige honing
de liefde onverteerbaar zoet als ze is ingedikt.

 

3
Witte mars.

De ontzetting als bij het afschrapen
van een nieuwe laag in deze grot de eerste
witte heliumballon naar het plafond stijgt
Men kijkt naar de omgekeerd traanvormige holte.

Elke dag hierna zullen er tientallen volgen
millimeter na millimeter komen ze los.
Men volgt de touwtjes als tandzenuwen
naar de bron dieper in het gesteente.

Als men het draadje ragfijn
uit het hars boort stijgt van onderuit
een stilte op in de grot die zo gasvormig is
dat we bang voor verstikking de adem inhouden.

Wie was dat volk, dat daar beneden
als sneeuw, lijkt het wel, stormde?
Dat de lucht vergiftigde door die
als water stil te leggen in de longen.

Plots lekt het helium uit een ballon
aan het gewelf en is vloeibaar zilver.
Heeft de druk in het gesteente
edelgas tot edelmetaal gekneed?

Niet lang voor het over ons heen regent.
We kijken hoe we druppel na druppel
elkaar weerspiegelen, tot de ogen gesloten
we onpeilbaar diep onszelf aanstaren.

 

4 sequoiamoeder

Het hing al wel langer in de lucht
dat het afscheid van de sequoia
een rituele crematie zou worden
drie dagen en nachten dansten we onophoudelijk.

Het vuur likte de vrouwen waar ze zich sneden
paddenstoelen schilderden in ons bloed de dromen
die de boom millennia had bewaard tot we het zagen.
Voorouders trokken ons bij de haren achterover.

Wat als sequoia’s een soort van bijenvolk waren?
Er doken verhalen op over de moederkoningin.
De boom die omgekeerd groeide en met zijn takken
de hele wereld samenhield als een hand in het deeg.

We gingen op zoek naar waar er metershoge wortels
zich aan de wolken voedden. Maar zouden we ze herkennen?
En wat als die boom zou huilen om een kind? Hoe massief
en allesverwoestend, als het verdriet van een mooie vrouw.

Bij die gedachten zochten we naar een allesomvattend excuus.
Misschien wel om de pure absurditeit van wie wij waren.
We zouden het in de tranen van de moederplant willen leggen.
We zouden arm in arm en dan tot eeuwig tellen.

 

5

Pompeï 2

“Hier was een stad”: een mondmasker
om het verleden niet te infecteren
de lucht om ons is opgedroogd
men weekt kranten uit het gesteente.

Men leest de inkt die is gebleven
hakt chips los die op geen enkel systeem
meer compatibel zijn. Onze talen
werden voor tachtig procent ontrafeld.

Hadden we maar iets in een rotswand gehakt
we lieten te veel geschriften na
om een verhaal uit op te maken
de informatietijd, de nieuwe prehistorie.

Schijven van vinyl een soort Rosetta steen
Er is het punt waar fictie het van ons overneemt
Je houding toen de hars ons overspelde
als een afgroet in een vergeelde circusshow.

Loslaten bleek het laatste wat je bijhield.
Je moeder, of een kaartje voor een trein
die decameters voor  je halte stremde
een handkus als een middelvinger naar cynisme.

6 Posen

Als er op een dag weer een soort Pompeï
ons in het sap van de aarde fixeert
wordt verstenen de formaliteit
van poses die nu lichaamseigen zijn.

Soms dansen we te veel met de onderbuik
onbewaakt zullen we de stam niet zien
die in boscamouflage uit de grond rijst
plots zullen we op een berg lijken te leven.

De dikke bast zal barsten en bloeden.
Waardig en traag als een moeder.
Een honingkleurig rubber dat de tijd
indikt als kringen in stilstaande verhalen.

Zoals je spieren weerstand voelen
als de pudding bij het kookpunt bindt.
Zo zal dagenlang elke koortsige beweging
zich wanhopig weer in een taal gaan gieten.
7 Central Park

Er waren de hardnekkige geruchten
Dat daar diep in de grot, onder zovele lagen
zich een meer bevond waar er elke nacht
gezangen uit het oppervlak naar boven klommen.

Seismologisch drongen de patronen door
in het gesteente van de grot en iemand
herinnerde zich de verhalen van een onderzeeër
Een ark die onderdook naar de geheime gangen.

Terwijl de daken van de metropolis
Als injectienaalden staken in de uitgeharde hars
bleek er een rechthoek uitgesneden
tussen de wolkenkrabbers, boekvormig

Dit park leek een buitenaardse boodschap
centraal in het boek het hartvormige meer
Elke nacht trilde het zingen in ons bekken
alsof we een beentje waren in een vlezig oor.

 

8

De dans der versteenden

 

Als het kon, dacht ik vannacht
Mochten we voor de hars ons overmeesterd
wel verstenen

 

Families op feesten
voor iedereen ging scheiden
Of sterven veranderden onder
het oog van de lens in stenen kikkers
van het potsierlijke lachen groengeblakerd

 

Er was de jongen die bij
zijn eerste zoen een krijtrots werd
waarna zij verder vlinderde

 

Een dame achter de ruit
vloeide uit haar keramieken lach
in een theekop waarin het lepeltje
als secondewijzer cirkelde.

 

mannen die over elkaar in verband
van zichzelf een muur metselden,
hun koppen voor de oorlog in hinderlaag
hun meisjes als klompjes goud in de binnenzak.

 

(Duizenden kinderen spelend tussen
veldbloemen tot topazen vergaan
in de waan dat ze met
moeder mochten douchen.)

 

Uit torens van vuur vielen marmeren
tuimeltortels in parels uit elkaar
tot de straten: een knikkerbaan,
inademde als de zee voor ze
uit schuim een golf verzamelt.

 

Ik zag een gebogen man,
zijn granieten vrouw op schouders
torsen over besneeuwde paden,
fluisterde hij haar oude verhalen toe.
En zij die elke kruimel sterfelijkheid
als een parel in de oester van hun mond bleven dragen
bakten van zichzelf een chocolat moelleux.
Het hart lopend en warm
in een langzaam verstenende wereld

 

9
Bevrijding

Aangekomen boven de hoofden vragen we ons af
Hoe we een man hieruit los moeten maken.
wat daartoe het meest geschikte houweel
Iemand denkt aan een grote tandartsboor.

We zouden ze ook in balken van een op anderhalf
uit de grot tot in de zon los kunnen zagen
wachten op de stralingswarmte, of toch…
al snel wordt het smelten van de soort gevreesd.

Hoe bestand tegen de hitte? Iemand wijst
de plekken waar mensen met elkaar verstrengeld zijn
Als embryo’s in de zelfde schoot,  soms tot verstikken toe.
Hoe zouden wij bevrijd willen worden uit de laatste wurging?

Hoe afwezigheid in hun ogen, een verdovende
roesachtige warmte suggereert.  (een opiaat bijna)
een koelwagen en een museum, zegt de hoofdopzichter.
schuurpapier en engelen geduld opent de priester.

We besluiten dat de geschiedenis wellicht
haar hoogglans zou verliezen
als zij uit het tijdperk werd gehakt
waarin zij is versteend.