De dichter

1

om de stilte in zich te concentreren
drinkt hij water uit afgelegen bronnen
dat diep uit bergen was opgeborreld
en Industrieel  gebotteld

2

In het hok in zijn tuin waar hij

in de verre autostrade de zee hoort
blijft van chips de zilte korrel achter
van getijden-loos wachten op zijn tong.

3
En haar enkels, waar anders te beginnen
Hij ontbeert haar zoals zijn huid het licht moet derven.
Wanneer zij in donkerte binnentreed ligt haar
manifeste lijf naast zijn lijvig manifest te verdorren

4
kijk: zijn geslacht: het huilende beest
dat hij in schapenvellen windt
het wil toeslaan, maar lam staart en bezingt hij
haar borsten en heupen met de godganse fauna en flora

5

Voor wie, verdomme voor wie zou hij zich tomen
In elk pand gapen de omlijstingen als tochtige wonden
sinds er geen deuren meer aan voetzolen kunnen
onderworpen worden, sinds niemand hier nog schenen heeft

6
Hoor hem maar balken en blèren wanneer hij
de woorden, die ooit als aardbeien uit de punt
van zijn twijgdunne pen bloedden, weer ophoest:

overrijp en tot krenten verdroogde vloeken

7
’s nachts de flessen, als enigen glashelder
naast de lamme hand met de schrijf en rookstok
zijn boek met het hoofd naast de asbak waarin
de zuipers en knokkers, kreupelen en lustigen nasmeulen

8
Op zijn nachtkastje als een soort harttabletten
dikke pillen verzameld werk, tegen de snurkhand die
achter elk kwatrijn een punt wil zetten. Dat hij tegen
de strop boven zijn bed kan zeggen dat aflijvigen worden gelezen
(zij wel)

9
Het zacht bespannen vocht van zijn oogvlies
geruisloos ongebroken. Hij die de stad overschouwend,
naar resonantie speurt. Hij hoopt al lang niet meer
op uitslaande branden door de naschok van zijn paukenslagen

10

Als hij voor de zevende keer zijn bed verlaat om de prostaat
van zijn inspiratie uit te laten lekken, puzzelt hij verdwaasd een bril
samen, plukt vijf kleuren maan uit haar krullen En gaat in boxer

met natte plek tranen onder ogen hangen alsof hij een kersboom versiert

11
Hij weet nu dat alles voorbijgaat en dat hij niet

in foto’s gelooft. Hij wuift het krijt weg van borden,

vergeet graag dat het zonder hem wel verder sterft,
de eendagsvrienden en de nachtvlinders die zich aan de lamp vastzuigen.

12

Hij veegt zijn dag af aan de krant. En wat hij leest

zuigt zich vol geuren van verteerde gezelligheid.

Hij pruttelt nog dat elke grafsteen toch maar

één citaat kan dragen, schuldig buigen luistert best.

Getagged ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: