Materialisme

Als wij, de levenden
het hele huis zijn geweest.
De kasten vol vergetelheden en geheimen
De tafel waaraan we brood
en wat later “ons” ging heten
op maat van monden met de gasten deelden.
We waren karig voor elkaar in voorraad.
Er was altijd wel een la
En het onderste uit onze kan was bezonken
uit hetere tijden.

Als wij het slagwerk van bestek
en de diepvries van een magere maand zijn geweest.
De renteniers van katten die langs buiten
minachtend op onze werkloze uren keken.
De kasten vol gekrompen kleren
(omdat de jaren steevast vetter werden)

Dient er zich dan  alsnog een lente aan?
Die ons buiten zet, met klikken en klakken van tongen
om ons op het gras te spreiden.
Die dauw in de verstofte vezels zuigt
tot er weer sapstroom in de baksteen sluipt.

Nu is een ligstoel (gedicht)

“Omdat het een verhaal zou zijn met een happy end,
vertel ik het in omgekeerde volgorde”
(Joris Pinseel)

1
Ik groef je op tot ik onder zat.
Legde je in bed, rolde je
uit je reumastoel weer recht
aan mijn arm. Ik zag de knobbels
van het zwanenlijf vallen
waarin je jezelf weer verend zong.

Ik leerde je elke dag mijn naam
tot je wist wie ik was en visioenen
kreeg van hoe ik klein zou worden.
Ik ging naast je zwijgen tot de ruzie
uitbrak waarmee we leerden fluisteren.
Wanneer de woordgezwellen dunden
Schoof er zelfs weer voedsel door de hals.

 

2

In mijn geschiedenis was je meer
dan de Feniciërs of Etrusken,
(al gingen ook zij schijnbaar
aan een man ten onder)
Je was mijn Tweestromenland.

Ik moest je scherf voor scherf
vanonder stof vandaan borstelen
om in je schalen en je kookgerei
het koffiedik va mijn genetica te gissen.

(Er schijnt iets tussen ons te zijn
met botstructuur die zoveel goedpraat
maar ik vond in een hele begraafplaats
geen been dat met het mijne versleutelde)

Eet met mij, mijn stille moeder
wijs me het dorp waar ik heen moet huppelen
tot ik weer in Sinterklaas geloof.
Zeg me waar je de rozetsteen begroef
die je rimpels ontrafelt tot perkament
en huid waar ik nog olie in kan strelen.

3

Als het kon rolde ik me
In je wonde op om ons terug
eén bal zeewater
met twee hartslagen te maken.

Als ik dat zou doen, kon jij opnieuw
Eerst dromen tot ik niet meer
dan vlekje met een hartslag in je vlees.

Je zou een man aan je zij
tot je jong en wars genoeg
een nachtvlinder kon worden
die van niemand wilde zijn.

Ergens halfweg ons leven
Is er een spiegel neergezet
aan de horizon is er steeds
Een wanhopig blind vertrouwen
en pleisters.

Neem me in huis, stuur me naar scholen
vol vergeten en vrienden, een kamer
tot ik in mijn laatste en kleinste nachten
op de jouwe wil, de melk ophoest.

Ik zal met een kreet,
in het kraambed verdwijnen.
Het lijkt wel op sterven moeder.
Je zal er de buik vol van hebben
nog maanden.

Kijk in de spiegel.
Er is slechts een begin.
Er is slechts een einde.
Wij zijn de details
waar we onderweg
belang aan hechten.

Luisterkoek te koop

Vanaf vandaag is luisterkoek officieel te koop.
En dit op volgende plaatsen

Toerisme Turnhout: grote markt 44

Toerisme

Restaurant de Weerelt: warandestraat 17-19

de weerelt

Copyplus: Otterstraat 95

copy plus luisterkoek

 

‘t verloren brood: Patersstraat 69

 

verloren brood

of via info@tomdriesen.be  (als mindy ze wil afgeven)
mindy luisterkeok

(meer info onder: ik sta te boek)

foto luisterkoek2  foto luisterkoek

Mijn lieve Noa

Mijn lieve Noa

sinds een paar jaar

ben ik weer verliefd, op haar
ze is drie, noemt me papa
En ik hoef geen test op DNA
om te weten hoe waar ze is
de meest bizarre diva
clown en acrobaat
ogen als een zoomlens
op een breedbeeldcamera

Van alles is een naam
het enige wat ze altijd mee zal dragen
Dus noemden we haar Noa
Naar de man die met zijn ark over de zee
van elk dier is ze er twee
de hinde en het ree
de pinguin, de scarabee
een evenwicht van veel te veel
En aan het einde is er vrede.
daar kom je al een eindje mee.

Mijn lieve Noa
weet dat kleine kindjes
in een kleine rolstoel rijden
zoals papa door een hele dikke bril moet kijken
lijkt bijna te begrijpen dat je zelf zijn
begint met een beetje van de rest af te wijken.
speelt realiteit in vele bedrijven
Bewijst mij dat je kan dromen met je neus in de feiten.
lijft mij in als ik bij haar moet blijven
typt haar naam die ze nog niet kan schrijven
ze lacht verlegen als een bambi
en laat de tijger in zich vrij

vertelt zonder een spoor van twijfel in haar stem
dat ik de sterkste man ter wereld ben
Alleen omdat ik haar kan heffen
een antwoord bedenk op elke vraag die ze kan stellen
En al wil ik elke dag een berg voor haar verzetten
Ik krijg haar honger nooit getemd
haar toekomst is een rendier en een arend en als ze straks
Pril wild en gillerig is, ben ik slechts de teleursteller.
Ze zal een jongen op  een motorfiets en wikipedia
mij leren niet meer nodig te hebben.
Ik zal mijn beefhand  in de hare leggen
haar vragen mij laatste straten over te helpen
Maar tot dat moment

is zij mijn lieve kleine Noa
vindt het lastig dat ze vier keer per dag
door een rietje moet plassen
en hoewel iedereen probeert
haar te kalmeren weet niemand
van ons precies wat het betekent
zoiets uit handen te moeten geven.
De eerste keren moesten we bijna evenveel wenen.
Zij als een kleuter luidkeels en gemeend
ik als mannen uitgesteld en ongemerkt
Nu gaat het beter met de dag.
Gewoonte is een onderschatte macht
adapteren is een zegen en iedereen heeft wat
Ze is het manke lammetje met de draagkracht van een olifant
Haar glimlach: de grootste aanklacht tegen zwakte
Die ik ooit zag, vraagt en wacht op chocolade
en ik smelt harder dus het mag.
ze vraagt kusjes voor het slapen
Ik lag ooit nachten wakker met oren als radars
die de lucht aftastten naar haar ademhalen
of ze er nog wel was
en de wereld is zo hard als duizendmaal vallen
dus is zachtheid vast een wapen
ik laad het met kusjes en kussens voor de nacht
toen ik haar voor het eerst in mijn armen had
was ze zo licht als een veertje dus ik leer haar alvast
naar zandmanland te dwarrelen
te fladderen als een nachtpauwoog
en de dagen vol te scheppen als een lepelaar.
en ik lepel woorden in haar oren
tot haar ogen zwaar
Mijn lieve Noa
droom nu maar

bakster

Een vrouw als een bakster
druppelt moedig symptomen
bij het bed waarin we beiden
ziektebeelden in stand houden
met chocola en ijs voor het vergaan.

We zijn een tomaat vol knoken.
We lekken mythes voor onze kinderen
een bad, waarin we hen niet lozen.
Onze hand ophoudend als een zandloper
waarvan het oog steeds groter wordt.

“Er was eens” heeft een zetel gevonden
de navelwonde ettert tot de zwaarte
van het gat de kamer opslokt en elke vonk.
Ze druppelt tijd in al haar potten
Dekt de tafel, waar het bed tot op het bot
nog ligt te gapen.

emulsie

We zochten overal wat achter
Van de stationsklok was de wijzerplaat
slechts het voorportaal van een stadstaat.
Miniatuurmensjes bepaalden er de tred
ontredderden geliefden door secondewijzers
naar een overslaande hartslag op te drijven.

 

Wie stookten de oven van onze
paranoïde fantasie tot
onze stoomoren floten.
We dachten aan continentendrift
bij laag water in duinen.
Brieven onder  vloertegels
schatkaarten en vijanden
om ons in een boom
met warme chocolade
tegen te verschansen.

Je roerde me als hutsepot
zoals enkel dat soort meisjes
Dat we vroeg of laat iets achter
elkaars tong gingen vermoeden
was een kwestie van het klokkenvolkje
Ik ben meestal ook maar een emulsie
voeg wat bakpoeder toe
en ik wordt licht ontvlambaar.
Wat dacht je nu echt
dat er achter mijn ribbenkast lag?

kaasblokje

Nu één blokje kaas nog ligt aangemeerd
in mosterd als een koopvaardijschip
op een zwemvijver (met Nederlandse vlag,)
heeft niemand nog honger, wil ik nooit saus.

“Wijn is gewoon sap, zeg je
waar te lang over is nagedacht
zodat wij dat niet meer hoeven”

ze beweegt haar lippen om die
virtuoze onzin, ze kan het vast
rond mij. Ze is een snoepjeskast
ze verbergt een geheime kamer
ik wil geknield door haar
maar ben het wachtwoord kwijt.
Ik ben een kaasje op de droge zee
overal kan ik naartoe
ik mis de zucht om me weg te blazen
mijn zeil heb ik tot zakdoeken verscheurd.

Sonnet 3

vioolles

Zo leert hij dan kijken als een engel
Het hoofd opzij een beetje naar omhoog.
Een dunne lach met licht bespannen boog
Veilig in de schaduw van een vleugel.

Zo vibrato’s luchten in te strelen.
Muziek een huisdier dat hij dag en nacht
Dresseert en voert en aait over zijn vacht
Dat kwispelend vraagt of hij wil spelen.

Zo strijkt hij een vaderhart aan stukken
Biedt hij een scherf aan in zijn kinderhand.
Je hoort hem groeien uit zijn moederplant.

Een wiegelied dat slapen overmant
zingend over samen dagen plukken.
Dat is het verdriet waarop ik tuk ben.

Sonnet 2

In Turnhout staat een toren op de tocht
Al honderd jaar ten dienste van den stad
Heeft hij al veel bestemmingen gehad
En straks wordt hij dus openbaar verkocht.

Nu vragen wij koop allemaal ne steen
Zo groot zo zwaar als ge zelf dragen kunt
Dan zorgen wij als binken voor ne stunt
Dan is die toren straks van iedereen

al zijn we van verschillende komaf
iedereen kan er zijn ei wel in kwijt
Vergaderen of feest met veel lawijt

Schouders eronder samen in de strijd
Nie enkel in ons woorden ziijn we straf
Niemand pakt ons dit samen leven af

Sonnet 1

1

Het begin

 

Kijk hoe wij samenvalen met de dag
waarop wij uit een wonde zijn gerold.
Doorzichtig vel op moedervlees gestold.
Er zijn doet zeer een beetje huilen mag.

Je bent zo moe en elke spier doet pijn.
Je doet het van de krampen in je broek.
Dan slaap je net en dan komt het bezoek.
Die doen alsof ze je familie zijn.

Honderd foto’s, korsten in je haren
terwijl je wazig uit je ogen kijkt
Of je mooi lacht op wie je dan wel lijkt.

Dan denk je voor je aan de slaap bezwijkt:
Laat men mij dit verder maar besparen.
In ruil wil ik levenslang verjaren.

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.